JAN AMOS COMENIUS' LEVENSLOOP

Wij zitten allen bij elkaar in hetzelfde grote wereldtheater.
Wat gespeeld wordt gaat ons allen aan,
want wij ontvangen allen licht van de zon en God gaf ons ogen.
Comenius, Het enig nodige,(1668)


Borstbeeld van Comenius Jan Amos Komensky, beter bekend als Comenius, was een veelzijdige 17de-eeuwse Tsjechische geleerde. Hij was in de eerste plaats theoloog, filosoof en pedagoog. Bovendien hield hij zich bezig met politiek, taalkunde, studie der natuur en cartografie. Het was overigens in de 17e eeuw niet ongebruikelijk dat een geleerde zich met zoveel verschillende onderwerpen bezig hield. Comenius was, net als veel van zijn tijdgenoten, een ‘homo universalis’, een polyhistor zoals men het toentertijd noemde. Bovenal was Comenius een verzoenende geest en een vurig pleitbezorger van de oecumene. Comenius heeft ruim 200 publicaties op zijn naam staan.

Jeugd en studie
Comenius werd geboren op 28 maart 1592 in het plaatsje Nivnice in Moravië, het oostelijk deel van de huidige Tsjechische Republiek. Hij verloor al op jonge leeftijd zijn ouders en groeide op bij familie. De peetouders van Comenius waren aangesloten bij de Boheems-Moravische Broedergemeente. Dit kerkgenootschap is een van de oudste binnen het protestantisme. De stichter ervan was de Tsjechische kerkhervormer
Jan Hus (1369-1415). Comenius bezocht een lagere school van de Broedergemeente. Daarna zette hij zijn opleiding voort aan een Latijnse school. Vervolgens studeerde hij twee jaar theologie en filosofie aan de calvinistische universiteiten van Herborn en Heidelberg. In 1613 keerde Comenius terug naar zijn geboorteland, waar hij aangesteld werd als geestelijke van de Boheems-Moravische Broedergemeente. Hij kreeg bij dit kerkgenootschap een aanstelling als predikant en leraar, eerst in Přerov daarna in Fulnek.

In ballingschap
Het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) bracht een wezenlijke verandering in het leven van Comenius. In Bohemen begon deze oorlog met een opstand van de protestantse bevolking tegen de onderdrukking door de Habsburgse katholieke keizer Matthias I. Na twee jaar strijd tussen het Koninkrijk Bohemen (Moravië, Bohemen en Silezië) en de keizer werd het koninkrijk verslagen. Het kwam onder de heerschappij van de Oostenrijkse Habsburgers. Zware onderdrukking van de protestanten in het bezette Bohemen was het gevolg. Van 1622 tot 1628 hield Comenius zich schuil in Moravië. Toen week hij met de zijnen uit naar Leszno in Polen. Hier werkte hij mee aan de reorganisatie van de Boheems-Moravische Broedergemeente in ballingschap. Al snel behoorde hij tot de leidinggevende figuren van zijn kerk.

Verblijf in Engeland, Zweden, Hongarije en Polen
Met de vlucht naar Leszno begon voor Comenius een leven van omzwervingen door Europa. Tussen 1641 en 1648 verbleef hij eerst in Engeland en daarna (op uitnodiging van de Nederlandse koopman Lodewijk de Geer) in Elblag, een stad in het noorden van Polen dat toentertijd tot het grondgebied van Zweden behoorde. Vanaf 1642 genoot Comenius bescherming van de familie de Geer, die hem tot aan zijn dood financieel ondersteunde. Nadat Comenius in 1648 was benoemd tot bisschop van de Boheems-Moravische Broedergemeente in ballingschap keerde hij terug naar Leszno. Hetzelfde jaar kwam de Dertigjarige Oorlog tot een einde. Deze was uitgegroeid tot een internationaal conflict dat samenviel met het laatste gedeelte van de 80-jarige oorlog (1568—1648) die de Nederlanden voerden tegen de Spaanse Habsburgers. De Vrede van Westfalen (Münster/Osnabrück) bracht echter geen oplossing voor de Boheems-Moravische protestanten. Het land bleef onder de macht van de Oostenrijkse Habsburgers. Comenius heeft zich gedurende zijn hele leven ingezet voor de bevrijding van zijn vaderland en voor de erkenning van de Broedergemeente als een eigen kerkgenootschap. Uiteindelijk is dit niet gelukt, ondanks zijn vele pogingen om de toenmalige kerkelijke en wereldlijke overheden voor zijn zaak te winnen.

Verblijf in Amsterdam
Comenius, gravure van Hagens Na acht jaar afwisselend in Polen en Hongarije te hebben doorgebracht vestigde Comenius zich in 1656 in Amsterdam. Daar verbleef hij eerst enkele weken in het ‘Huis met de Hoofden’, nu Keizersgracht 123. Nadat zijn derde vrouw en zijn twee jongste kinderen waren overgekomen, betrok het gezin het pand aan de Egelantiergracht 62. Dit pand behoorde toe aan de familie De Geer. Gesteund door de gemeente Amsterdam en enkele rijke Amsterdamse patriciërs ging Comenius verder met schrijven en publiceren. Zijn verzamelde pedagogisch-didactische werk Opera Didactica Omnia (1657) droeg hij op aan de stad Amsterdam: “De meest geliefde onder de steden, het juweel van de Nederlanden en de trots van Europa”. Op 15 november 1670 overleed Comenius op 79-jarige leeftijd in Amsterdam. Hij werd begraven in de Waalse Kerk te Naarden. Voor de Tsjechen heeft Comenius door de eeuwen heen zijn betekenis behouden als een strijder voor de vrijheid van zijn vaderland. Het graf van Comenius in de voormalige Waalse Kerk te Naarden wordt dan ook door vele Tsjechen bezocht.

Comenius en Naarden
Terug naar boven