Comenius en Naarden

    Comenius en Naarden

    Het graf van Comenius

    Behalve op doorreis met de postkoets op weg van of naar Amsterdam heeft Comenius Naarden waarschijnlijk nooit bezocht. Hij woonde en werkte in Amsterdam. Dat hij in Naarden is begraven komt, omdat de kleine Moravische Broederschap in Amsterdam niet over een eigen kerkgebouw beschikte om voor hun overleden bisschop een laatste rustplaats in te richten. Door toedoen van de familie De Geer nam de Waalse Kerk in Amsterdam de begrafenis van Comenius op zich. Een dochter van Laurens de Geer was getrouwd met een predikant van deze kerk ds. J.L. Grouwels. Deze was tevens voorganger van de Waalse Kerk in Naarden. Volgens de overlevering was deze dominee ook Comenius’ buurman in Amsterdam. Zo kwam Comenius’ stoffelijk overschot in Naarden terecht.

    De Waalse Kerk in Naarden kreeg in de zeventiende eeuw de beschikking over een gebouw dat vroeger als Mariakapel aan het weeshuis in de Kloosterstraat had toebehoord. Dit weeshuis werd tijdens de Franse bezetting gevorderd en tot een onderdeel van de kazerne gemaakt.

    Na het vertrek van de Fransen (1813) bleek de Waalse Gemeente in Naarden danig gekrompen. Op 1 januari 1819 werd zij opgeheven. Hierna diende het voormalige kerkgebouw nog enige jaren als werkplaats van een textielfabriek. In 1845 werd het door de gemeente (tezamen met het Spaanse Huis) verkocht aan het Rijk. Het werd gebruik als opslagplaats voor goederen van de genie. In 1861 werd de voormalige kapel verbouwd tot een wachtlokaal. Bij deze verbouwing zijn de grafstenen verwijderd en verdwenen.

    In 1836 reisde de Tsjechische dichter Vocel naar Naarden op zoek naar het graf van Comenius. Hij vervoegde zich bij de koster van de Grote Kerk in de mening, dat Comenius op het kerkhof was begraven. Maar de koster noch de dominee konden hem helpen en geen van beiden dacht aan de Waalse Kerk, want die was intussen al 17 jaar buiten dienst.

    In het kader van de herdenking van Comenius’ tweehonderdste sterfdag (1870) volgden naspeuringen, omdat sommigen niet konden of wilden geloven dat de graven geruimd waren. In 1927 kregen zij uiteindelijk gelijk. Een zorgvuldige bestudering van de begrafenisregisters van de Waalse Kerk in Amsterdam had geleid tot het vaststellen van de juiste plaats van het graf van Comenius. In juli 1929 werd de vloer van de voormalige kerk opengebroken en begonnen de pogingen om Comenius’ gebeente te identificeren, een en ander onder grote belangstelling van de pers. Het is echter niet geheel zeker óf men het stoffelijk overschot van Comenius ook echt heeft gevonden. Er lagen in het bewuste graf drie skeletten boven elkaar. De plaats van het graf is de juiste, maar de vraag ‘wie van de drie’ kon niet eenduidig beantwoord worden.

    Het Comeniusmuseum en mausoleum

    Het Comeniusmuseum is ontstaan op initiatief van het Naardense Comenius Comité dat ten tijde van de viering van Comenius’ driehonderdste geboortedag (1892) door een aantal Naardense burgers werd opgericht. Bij deze gelegenheid werd ook het eerste standbeeld voor Comenius onthuld dat in 1957 is vervangen door het huidige dat bij de Grote Kerk staat.
    Het Comeniusmuseum was eerst gevestigd op de zolder van het Raadhuis. In 1924 verhuisde het naar het Spaanse Huis in de Turfpoortstraat. Sinds 1992 is het museum gevestigd in de Kloosterstraat waar zich ook het mausoleum bevindt.

    Het mausoleum werd in de dertiger jaren ingericht met financiële steun van de Nederlandse en de Tsjechische regering. Tsjechische kunstenaars kregen opdracht om de voormalige Lutherse kerk een waardig aanzien te verlenen als mausoleum voor Comenius. Een hekwerk met bronzen beelden en glazen panelen met scènes uit het leven van Comenius maken van de vijftiende eeuwse kapel een stemmige en indrukwekkende laatste rustplaats voor een groot geleerde. Het mausoleum fungeert vanaf 1935 tot op heden als pelgrimsoord voor de Tsjechen.